Gesprekken met kinderen

Houd tijdens een gesprek rekening met de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind. Ook met jonge kinderen kan gepraat worden. Het is niet de bedoeling dat het kind ondervraagd wordt. Een gesprek met het kind heeft aanvullende informatie dan wel steunend contact tot doel.
Naast het contact met het kind is het zeer belangrijk om met een open houding het contact met de ouders aan te gaan. Onderaan deze pagina staan voorbeeldvragen.

Wees bij een vermoeden van seksueel misbruik voorzichtig met het stellen van gesloten vragen. Dat houdt in dat het kind geen woorden in de mond gelegd moeten worden. Het gesprek heeft niet tot doel het bewijs van seksueel misbruik te leveren. Laat dat over aan een gespecialiseerde deskundige op dit gebied en vraag advies aan Veilig Thuis. Zie ook de handreiking Praten met kinderen bij mogelijk seksueel misbruik‘ van de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis, Politie, Openbaar Ministerie en Reclassering Nederland. 

Belangrijk vooraf

  • Een gesprek met een kind dient altijd het kind. Goede redenen om in gesprek met een kind te gaan zijn wanneer het kind zich wilt uiten, steun zoekt of hulp zoekt en gaat vertellen.
  • Beloof nooit geheimhouding aan een kind. Als het kind vraagt of je het niet doorvertelt aan iemand anders, dan maak je duidelijk dat je dit niet kunt beloven. Leg uit dat je anderen nodig hebt om hem te kunnen helpen.
  • Wanneer het kind mogelijk verhoord gaat worden door de politie (bijvoorbeeld bij een vermoeden van seksueel misbruik) mag je voor het politieonderzoek niet in gesprek gaan met een kind over de situatie of het incident. Dit in verband met mogelijke toekomstige bewijslast.
  • Bepaal van tevoren het doel van het gesprek

Tips voor gesprekken met kinderen

Houd bij het toepassen van onderstaande tips rekening met de leeftijd van het kind/de jongere.

  • Voer het gesprek met een open houding.
  • Sluit aan bij waar het kind op dat moment mee bezig is, bijvoorbeeld spel, een tekening of knutselen.
  • Ga op dezelfde ooghoogte zitten als het kind en kies een rustig moment uit.
  • Steun het kind en stel het op zijn gemak.
  • Gebruik korte zinnen.
  • Vraag belangstellend en betrokken, maar vul het verhaal niet in voor het kind.
  • Begin met open vragen (Wat is er iets gebeurd? Wanneer is dat gebeurd? Hoe komt dat?) en wissel deze af met gesloten vragen (Ben je gevallen? Heb je pijn? Ging je huilen? Vond je dat leuk of niet leuk?).
  • Vraag niet verder wanneer het kind niets wil of kan vertellen.
  • Houd het tempo van het kind aan, niet alles hoeft in één gesprek.
  • Laat het kind niet merken dat je van het verhaal schrikt.
  • Val de ouders (of andere belangrijke personen voor het kind) niet af, in verband met loyaliteitsgevoelens.
  • Geef aan dat je niet geheim kunt houden wat het kind/de jongere vertelt wanneer dit niet veilig is voor het kind/de jongere zelf of voor anderen. Leg uit dat je met anderen gaat kijken hoe je het beste kan helpen. Leg het kind uit dat je het op de hoogte houdt van elke stap die je neemt. Betrek een kind/jongere (voor zover mogelijk) zoveel mogelijk bij de te nemen vervolgstappen. Het kind/de jongere moet nooit zelf de verantwoordelijkheid krijgen in de keuze van de te nemen stappen.
  • Vertel het kind dat het heel knap is dat hij/zij het allemaal zo goed kan vertellen / spreek waardering uit dat de jongere over zijn situatie heeft verteld en benoem dat je je kunt voorstellen dat dat niet makkelijk is. 
  • Let tijdens het gesprek goed op de non-verbale signalen van het kind.
  • Stel geen waarom-vragen.
  • Stop het gesprek wanneer de aandacht bij het kind weg is.
  • Vertel wat de volgende stap is die je gaat zetten

Gesprekken met jongeren

Naast bovenstaande tips gelden er een aantal aanvullende  tips die specifiek voor jongeren zijn.

  • Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd. 
  • Benoem concreet wat je bij de jongere waarneemt/hebt waargenomen en vraag daarover te vertellen. 
  • Vraag wat hij/zij zelf wil. 
  • Sluit het gesprek af met een luchtig onderwerp, bijvoorbeeld interesses, plannen voor het weekend etc. 

Voorbeeldvragen

  • Wat heb je vandaag gedaan? 
  • Wat heb je op school gedaan?
  • Wat zijn je hobby’s?
  • Wat vind je leuk? Wat vind je niet leuk?
  • Waar word je blij/verdrietig/boos van?
  • Hoe vind je dat het bij jou thuis gaat?
  • Hoe is de sfeer bij jou thuis?
  • Als ik/een kat bij jou ’s avonds naar binnen kijkt, wat zie ik/de kat dan?
  • Iedereen heeft weleens ruzie, is er bij jou ook weleens ruzie? En wat gebeurt er dan?
  • Wat is de ergste ruzie die je hebt meegemaakt? Waar ging deze ruzie over?
  • Wat deed jij/papa/mama?
  • Hoe voel je je dan?
  • Waar ben je het meest bang voor/verdrietig over/boos over?
  • Was er iemand bij wie je terecht kon toen je zo bang/verdrietig/boos was?
  • Is er nog meer gebeurd? Kun je me daarover vertellen?
  • Hoe vind je het dat dit gebeurd?
  • Zijn er andere mensen die dit weten?
  • Zijn er andere mensen die zich zorgen maken? Wie? Waar maakt hij/zij zich zorgen over?
  • Wat zou je moeder/vader zeggen als ik aan haar vraag hoe het met jou gaat?
  • Wat zou je willen dat er beter of anders wordt?
  • Zijn er ook momenten dat het beter gaat of leuk is thuis? Kun je me daar iets over vertellen?
  • Wat zou je nu het liefst willen?
  • Waar kan ik je bij helpen?
  • Wat spreken we af?

Bron: 1 gezin 1 plan / 1 huishouden 1 plan

Klik hier voor meer informatie over gesprekken met kinderen.

Toestemming van ouders

Als de professional het initiatief neemt om met het kind in gesprek te gaan, behoren de ouders hierover in principe vooraf te worden geïnformeerd. Zeker als het kind nog geen 12 jaar oud is. Bijvoorbeeld een Intern Begeleider die een leerling uit groep 4 bij zich roept omdat de leerkracht meent dat er signalen zijn die zouden kunnen wijzen op kindermishandeling. In de kinderopvang zou het kunnen gaan om de aandachtsfunctionaris die op verzoek van een pedagogisch medewerker praat met een 5-jarige die gebruik maakt van de bso.

In verband met de veiligheid van het kind, van de medewerker, of die van anderen kan worden besloten om een eerste gesprek te voeren zonder dat de ouders hierover van te voren worden geïnformeerd. De medewerker overlegt hierover altijd vooraf met een deskundige collega en/of met Veilig Thuis.

Bron: Samen Veilig Midden Nederland