Gesprekken met ouders

Een gesprek voeren met ouders en jeugdigen over (vermoedens van) kindermishandeling of huiselijk geweld vraagt het nodige van de professional. De houding die je daarbij aanneemt is belangrijk.
Verder moet het doel helder zijn en is een goede voorbereiding van belang. In een gesprek zijn er een aantal dingen waar rekening mee gehouden moet worden:

  • Het is belangrijk om betrokkenheid en eerlijkheid uit te stralen.
  • Direct na het vertellen van de aanleiding van het gesprek vraag je aan de ouders wat zij hiervan vinden.
  • Door middel van open vragen krijgen de ouders de gelegenheid om hun eigen verhaal te vertellen.
  • Luister actief en stimuleer door houding, knikken, hummen, etc.
  • Neem de tijd en raak niet geïrriteerd of ongeduldig.
  • Het gesprek moet geen verhoor worden maar heeft als doel om de achterliggende problematiek op te sporen. Probeer de positieve aspecten van het kind en/of het handelen van de ouders te benoemen.
  • Door het benoemen van zichtbare feiten en zichtbaar gedrag zonder eigen waardeoordeel, beschuldigende houding of (stem)toon zal de ouder zich minder in de verdediging gedrukt voelen.
  • Benoem het effect van de situatie op het kind nu of op lange termijn (bijvoorbeeld slechte schoolprestaties, somberheid, geen vriendjes kunnen maken, lichamelijke gevolgen).
  • Reageer in de eerste persoon (‘ik’) op emoties of uitlatingen van de ouder.
  • Herhalen (in andere woorden) en samenvatten verheldert wat er door jou en de ouders bedoeld wordt.
  • Bij de bevindingen hoort het verhaal van de ouders en/of het kind.
  • Analyseer de situatie op grond van de eigen observatie, het verhaal van ouders en/of kind en de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren.
  • Observeer de interactie tussen het kind en de ouders tijdens het gesprek en bespreek wat opvalt.

Vijf fasen

Het gesprek verloopt in vijf fasen:

  1. Begin van het gesprek
    Stel de ouders op hun gemak.
  2. Aanleiding van het gesprek
    Vertel wat de aanleiding voor de afspraak is aan de ouder(s): dit kan bijvoorbeeld zijn de zorg om het kind op grond van eigen waarnemingen, door signalen van anderen (school, kinderopvang, andere ouders), door de ouder of het kind zelf aangegeven problemen, of omdat de hulpverlener zich over de ouder zorgen maakt.
  3. Reactie ouders
    De ouder krijgt de gelegenheid hierop te reageren door een open vraag en door de luisterende houding. Als de ouder(s) de zorg niet deelt/delen verduidelijk je de eigen beleving en stimuleer je de ouders om vragen te stellen en om hun problemen te uiten. In samenspraak met de ouder(s) wordt een/het probleem vastgesteld.
  4. Aanpak van het probleem 
    Tracht samen met de ouders oplossingen te bedenken. Je geeft de mogelijkheden voor hulp aan die het Centrum Jeugd en Gezin, het Wijkteam, AMW, Schoolmaatschappelijk Werk of andere instanties kunnen bieden. De ouders worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de zorg van hun kind, maar het moet voor de ouders ook duidelijk zijn dat jij als leidinggevende een eigen verantwoordelijkheid draagt in deze zorg.
  5. Samenvatting
    Je vat het besprokene en de gemaakte afspraken samen. Je vraagt aan de ouder(s) of hij/zij het met deze samenvatting eens is/zijn. Je deelt mee dat de afspraken in het kinddossier worden genoteerd.

Als de ouder(s) na dit gesprek geen probleem zien en geen verdere stappen willen ondernemen maak je bij blijvend vermoeden van kindermishandeling een vervolgafspraak met de ouders.

In dit gesprek wordt opnieuw de zorg over het kind aangegeven en verteld waarom gedacht wordt aan kindermishandeling. De inhoud en de afspraken van het eerdere gesprek worden kort genoemd. 
Je geeft aan dat de zorgen om het kind en de verantwoordelijkheid van jou maken dat hulpverlening moet worden ingeschakeld via Veilig Thuis. Informeer de ouders dat Veilig Thuis de instelling is waar iedereen met zorgen over mogelijke kindermishandeling terecht kan en welke hulp daar geboden kan worden. Stel ouders op de hoogte als je melding bij Veilig Thuis gaat doen.

Ouders verschijnen niet 

Als ouders niet verschijnen voor het tweede gesprek over de problematiek van hun kind of niet thuis geven, bel dan met Veilig Thuis om advies te vragen en overweeg een melding.

 Tips voor gesprek met ouders

In de folder (zie hieronder) ‘In gesprek met kind en ouders: een ‘lastig’ gesprek?’ staan (meer) tips, voorbeeldvragen en aandachtspunten. Behalve algemene inzichten over praten met ouders en kinderen, staan met name de inzichten en ervaringen van oplossingsgericht werken en Signs of Safety centraal.

Bron: Handelingsprotocol – digitale meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. SamenVeilig Midden Nederland / geweld stopt niet vanzelf. 2018